Het ‘leeren gevaar’! (1)
In de tweede helft van de 19e eeuw kwam de voetbalsport vanuit Engeland Nederland binnenwaaien. Begin 20e eeuw veroverde koning voetbal de ons omliggende dorpen . Ook op Slikgat groeide de belangstelling voor deze sport. De kerkelijke overheid liep aanvankelijk niet ver weg met deze vorm van vrijetijdsbesteding. Ze zal er ongetwijfeld naar gestreefd hebben om dit spel binnen de dorpen of wijken te houden. Het Sint Antoniuspatronaat en de R.K. Gezellen Vereeniging boden in die begintijd de gelegenheid hiertoe. Door het ruwe spel, het taalgebruik, de kleding en de omgang met tegenspelers van buiten, die geen of een ander geloof hadden, gaf de kerk aan deze sport de bijnaam ‘Het leeren gevaar ‘. Voetbal zou een ernstige bedreiging zijn voor de katholieke jeugdige voetballers. De sport zou ze niet alleen hinderen bij het kerkbezoek maar ze tevens geleidelijk doen vervreemden van de katholieke gewoonten. Omdat de kerkelijke overheid tegelijkertijd inzag dat ze de opkomst van deze sport niet kon tackelen, verlangde ze dat voetbal verenigd en georganiseerd moest worden onder toezicht van de geestelijkheid in katholieke bonden. In 1915 sloot zich een voetbalclub, genaamd Langeweg , aan bij de R.K. Voetbalbond West-Brabant, in dat jaar opgericht door de Bredase kapelaan Binck. Langewegse voetballers vonden lidmaatschap van een katholieke bond normaal. Het Roomse was ze met de paplepel ingegeven, thuis, op school, in het patronaat en vanaf hun 17e jaar in de R.K.-Gezellen Vereeniging. Oprichting van een katholieke voetbalbond was temeer belangrijk omdat veel jongens tijdens de Eerste Wereldoorlog gemobiliseerd werden . Velen kwamen daardoor in aanraking met andersdenkenden en leerden er het voetbalspel, een onderdeel van het kazerneleven. Het soldatenleven heeft de belangstelling voor deze sport zeker vergroot. Na de mobilisatie richtten veel soldaten na terugkomst in hun dorp of stadswijk een voetbalclub op. Van de voetbalclub Langeweg lezen we na 1915 vrijwel niets meer. In 1921 neemt de club nog deel aan een interdiocesane missiewedstijd te Breda. Of we hier te doen hebben met een voetbalclub binnen het Sint Antoniuspatronaat wordt niet duidelijk. Wel laat vanaf 1918 de Gezellen Voetbal Club Langeweg van zich horen. Deze club is ontstaan uit de R.K. Gezellen Vereeniging, een vereniging met als doel te werken aan de godsdienstige, zedelijke, sociale en culturele vorming van jonge arbeiders tussen de 17 en 25 jaar. Ze spelen vriendschappelijke wedstrijden met verenigingen uit Zevenbergen en Terheijden . Voetballen in een door een bond georganiseerde competitie is er nog niet bij. G.V.C.L. is de enige niet wat dit betreft. Veel plaatsen hebben meerdere voetbalverenigingen. Aansluiting bij een Rooms Katholieke Voetbal Bond lag wat ingewikkeld. Tussen 1915 en 1919 richtte ieder bisdom een eigen bond op met eigen regeltjes om zelf baas te kunnen blijven. De Bisdomgrenzen bepaalden waar de clubs in competitieverband zouden kunnen gaan spelen. Een van die grenzen liep midden door ons dorp. Van welke R.K. Voetbal Bond moest G.V.C.L. nu lid worden, De Bossche of de Bredase ? Lid worden van de Bredase betekende dat voetbalverenigingen uit omliggende dorpen als Zevenbergen en Zevenbergschen Hoek voor Langeweg buitenspel stonden. Werden ze lid van de Bossche Bond dan stond plaatsen ten zuiden van Langeweg eenzelfde lot te wachten. Op andere plaatsen zou die grens ook een rol gaan spelen. Om grensoverschrijdend te kunnen voetballen werd reeds eind 1916 door de Bisdommen Den Bosch en Breda de Federatie van Roomsch-Katholieke Voetbalbonden in Nederland opgericht. In 1920 liet kapelaan Binck weer van zich horen via de pers; veel nieuwe Westbrabantse voetbalclubs hadden zich al achter de standpunten van de Roomsch Katholieke Voetbal Bond geschaard maar waren nog steeds niet aangesloten. Een van die standpunten was dat Roomsch Brabant de Roomschen toebehoorde , onder het bestuur van Roomsche leiders. Nog datzelfde jaar werd G.V.C.L . lid van de Federatie van Katholieke Voetbalbonden en ging in 1921 in competitieverband spelen. Pater Hyacinthus werd benoemd tot geestelijk adviseur. Zondag 1 ,7 en 14 mei 1922 vonden te Langeweg de door G.V.C.L georganiseerde missiewedstrijden plaats. Het Dagblad van Noord Brabant berichtte: De eerste twee zondagen was de belangstelling groot, de derde zondag, de finale, overtrof ‘aller verwachting’. Voorzeker heeft daaraan de muziek uit Zevenbergschen Hoek het hare toe bijgedragen. Vroolijk klonken de lustige tonen gedurende de wedstrijden en hield er de stemming bij de aanwezigen in. Het bestuur van G.V.C.L. een woord van lof voor de prettige regeling en maatregelen van orde waardoor alles keurig van stapel liep. Voor de eerste afdeeling moesten Victoria uit Zevenbergen en Leonidas uit Lage-Zwaluwe tusschen de Inner. Na zwaren strijd behaalden de Leonidasmenschen de overwinning. Voor de tweede afdeeling eerst Sparta uit Terheijden tegen een sterke combinatie Oranje-Wit uit Zevenbergen. Sparta speelde uitstekend en won met 2-0. D.O.S. uit Noordhoek was vrijgeloot en kwam thans tegen Sparta. Ook in dezen bleef Sparta de meerdere en werd alzoo eerste prijs’winnaar. D.O.S. kreeg den tweeden en Oranje-Wit den derden prijs. De zeereerw. pater adviseur van G.V.C.L. reikte na afloop de prijzen uit met een hartelijk woord aan de deelnemers en bracht dank aan allen, die hadden meegewerkt, om deze missiewedstrijden te doen slagen. Speciaa] den scheidsrechter, de heer L. Stoops, werd een hartelijk woord van dank gebracht voor de correcte leiding van al deze wedstrijden. Ook G V.C.L. verdient een woord van hulde voor het initiatief inzake „Steun aan de missiën”. De behoefte aan sport in groepsverband was duidelijk groeiende in Langeweg. Het was nog wel een echte mannensport. Onderwijzer N. Gerritse, secretaris van G.V.C.L., richtte een club op voor de schooljeugd : Door Vrienden Opgericht. Zo rolde de bal via de jongens van het Sint Antoniuspatronaat door naar de R.K. Gezellen Vereeniging. Maar het werd moeilijk om het zaakje op de been te houden. De gezellen kwamen september 1922 niet opdagen in Oudenbosch . De pers sprak de hoop uit dat doorslaande motieven dit verzuim zouden wettigen voor de beginnende club. In november van dat jaar beging de club dezelfde zonde en ontving een boete van vijf gulden. Begin 1923 rezen weer moeilijkheden. Wegens herhaaldelijk niet opkomen en betalen van de boete werd de club geschorst. Dat leidde ertoe dat de jaarvergadering van de voetbalbond niet meer bezocht werd hetgeen weer een boete opleverde die weer onvoldaan bleef. De geestelijk adviseur heeft nog willen bemiddelen maar de voetbalbond liet blijken het lidmaatschap van G.V.C.L. niet langer meer op prijs te stellen. Overigens was G.V.C.L. niet de enige club die wegens het gebrek aan orde en tucht door de bond werd gedwongen het veld te ruimen. Een trouwe speler, Simon van Beek , overleed in augustus van dat jaar aan de Spaanse griep. Bij dit alles kwam nog dat een lidmaatschap van de R.K. Gezellen Vereeniging op 25-jarige leeftijd eindigde en daarmee dus ook een voetbalcarrière bij G.V.C.L. En dan nog maar te zwijgen over de voetbalaccommodatie uit die tijd. De studenten van het Serafijns Seminarie , die tijdens de recreaties bezig gehouden moesten worden, trapten onderling ook regelmatig een balletje. Op de koeren was dit een riskante aangelegenheid met al die ruiten. Daarom werd bij een particulier een wei gehuurd. G.V.C.L. zal zich met een voorziening van gelijke aard tevreden hebben moeten stellen. Om verlost te worden van de ongemakken en tekorten die zo’n tot trapveldje ingerichte hobbelige koeienwei met zich meebracht, koopt de Sint Antonius Stichting te Langeweg in 1924 ruim 2,8 hectare grond aan, gelegen ten oosten van klooster en seminarie. De Sint-Antonius Stichting is het bestuur van het seminarie. Met goedkeuring van het bestuur van de kapucijnen mag pater Tarcisius van Valenberg, directeur van het seminarie, voor een bedrag van 8000 gulden de grond verwerven van de kinderen Wijtvliet te Langeweg. Er moest heel wat werk verzet worden om het terrein geschikt te maken voor sport, spel, processie en parkeerterrein tijdens de jaarlijkse bezoekdag aan het seminarie. De aanleg van een sloot en aanplant van een heg daar omheen was werkverschaffing voor mensen van het dorp. Er was wel plaats voor twee voetbalvelden maar eigenlijk alleen bestemd voor de seminaristen en plaatselijke jeugdverenigingen. De paters waren niet antivoetbal, maar het kwam ze goed uit dat, met het ter ziele gaan van G.V.C.L. , voorkomen werd dat rivaliserende, luidruchtige voetbalclubs, met mogelijk vrouwelijke aanhang, op de Dag des Heren, in de schaduw van kerk, klooster en seminarie, op elkaar losgelaten zouden worden. Daarmee was ‘het leeren gevaar’ te Langeweg voorlopig geweken.
augustus 2021